Denemarken, Zwitserland en Ierland geven de toon aan als enkele van de aantrekkelijkste plekken om in Europa personeel aan te nemen, dankzij sterke vaardigheidsecosystemen, hoge productiviteit en betrouwbare instituties.
Europa profileert zich steevast als een toplocatie voor investeringen: de directe investeringen die buitenlandse beleggers in de EU aanhouden, lopen op tot bijna 10 biljoen euro in de EU alleen al, de grootste interne markt ter wereld gemeten naar aantal consumenten.
Met dat in het achterhoofd zijn buitenlandse bedrijven voortdurend op zoek naar de beste plek om hun activiteiten uit te bouwen, maar de politieke, wetgevende en administratieve versnippering van het oude continent maakt het lastiger om precies te bepalen welk land de beste keuze is.
Een nieuw onderzoek kan hen echter in de goede richting wijzen: het rangschikt de beste en slechtste plaatsen voor bedrijven die in Europa personeel willen aanwerven.
Volgens het Conference Board – een wereldwijd, in de VS gevestigd denktank voor bedrijfsresearch – maken sterke vaardigheden, een solide bedrijfscultuur en relatief gematigde loonkosten van Denemarken de ideale jachtgrond voor bedrijven die zich in Europa willen vestigen of er willen uitbreiden.
De top 10 van het rapport wordt gedomineerd door Noord-Europa, aangevuld met kleinere maar welvarende economieën die uitblinken in aanpassingsvermogen en skills. Elke categorie wordt beoordeeld op een schaal van 0 tot 100.
Zwitserland, op de tweede plaats, was het enige land dat een perfecte score van 100 punten haalde op talent en vaardigheden – al blijft de hoge levensduurte er een uitdaging voor bedrijven die er personeel willen aannemen.
Duitsland: Demografische druk en hoge loonkosten
Duitsland is de enige G7‑economie die in de top 10 voorkomt.
Maar het rapport wijst ook op aanzienlijke problemen, zoals de demografische terugloop onder de economisch actieve bevolking, die de arbeidsreserve bedreigt, evenals stijgende loonkosten en een trage digitale adoptie.
Het land scoorde bovendien bijzonder slecht op het vlak van arbeidsmarktconcurrentievermogen (25), met de op één na laagste score van de 20 best presterende landen, net boven Portugal (19).
Verenigd Koninkrijk: Brexit-chaos afgezwakt door sterk talentaanbod en dienstensector
Het Verenigd Koninkrijk volgt Duitsland op de voet met een 12e plaats, afgeremd door regulatoire onzekerheid na de Brexit en chronisch ongelijke regionale investeringen.
Onderzoekers stellen echter dat de Britse arbeidsmarkt relatief flexibel blijft, gedragen door een dynamische jobcreatie en een sterke dienstensector, met een solide talentbasis.
"Het algemene profiel is dat van een wendbare maar begrensde arbeidsomgeving, die leunt op door diensten gedreven groei en internationale talentstromen", aldus het rapport.
Frankrijk en Italië: Tegengestelde problemen, vergelijkbare rangschikking
Frankrijk (18e) en Italië (20e) doen het duidelijk minder goed.
De concurrentiekracht van eerstgenoemde wordt gehinderd door rigiditeit: "Complexe regelgeving en beperkte flexibiliteit vertragen hoe snel bedrijven zich kunnen aanpassen en opschalen", zegt rapportauteur Robert Maillard tegen Europe in Motion.
Italië lijkt dan weer aan de andere uiterste te worstelen, afgeremd door bestuursproblemen, kwesties rond de kwaliteit van management en trage innovatie buiten de traditionele industriële clusters.
"In Italië ontbreekt het niet aan vaardigheden – het lukt alleen niet om die op grote schaal om te zetten in productiviteit", aldus Maillard. "Zwakke digitale verspreiding, demografische krimp en bestuurlijke fricties verhinderen dat sterk industrieel vakmanschap zich vertaalt in prestaties op het niveau van de hele economie."
"Beide landen beschikken over veel talent en sterke instituties, maar structurele fricties beperken in hoeverre dat potentieel zich vertaalt in wendbaarheid en concurrentiekracht", voegde hij eraan toe.
Cyprus, Griekenland, Kroatië, Polen, Slowakije en Bulgarije bengelen onderaan, allemaal met minder dan 30 punten.
Waar letten internationale headhunters uiteindelijk het meest op?
De organisatie vroeg HR-directeurs en bedrijfsleiders ook waar zij nu écht op letten bij hun werknemers wanneer ze overwegen waar ze zich willen vestigen of uitbreiden.
Beschikken over de juiste vaardigheden voor huidige en toekomstige functies is de topprioriteit (51%), gevolgd door hoge productiviteit, ondersteund door sterke technologische capaciteiten (28%), én concurrerende loonbelastingen om de kosten te drukken (28%).
Gelijke kansen op de arbeidsmarkt werd massaal aangewezen als de minst belangrijke factor van de opgesomde (62%).
(JO/©Euronews/vertaling en adaptatie: The Global Money/Illustratie: Christian Lue via Unsplash)
